vrijdag 8 juni 2018

De Aanslag

Samenvatting

Eerste episode: 1945
Het is januari 1945. In Haarlem zit het gezin Steenwijk (moeder, vader, Anton en Peter) in de eetkamer van hun villa. De jongens maken ruzie, het is koud en er wordt besloten tot een spelletje mens-erger-je-niet voor het slapengaan. De rust wordt echter ruw verstoord door harde knallen op straat en vol ontzetting ziet het gezin hoe de NSB’er Fake Ploeg wordt doodgeschoten en door de buren Korteweg voor huize Steenwijk wordt gelegd.
Peter wil naar buiten om het lichaam weg te halen, maar wordt tegengehouden door de ouders. Het duurt niet lang voor de Duitsers aankomen en Anton en zijn ouders meenemen. Peter is erin geslaagd te vluchten. Anton wordt in een auto opgesloten, ziet zijn ouders verdwijnen.
Hij wordt naar het politiebureau gebracht en moet in een cel slapen, waar hij een aardige vrouw ontmoet die hem gerust stelt. Een uur later wordt Anton uit zijn cel gehaald en per motorfiets naar de plaatselijke bevelhebber gebracht. Deze weet niet waar zijn ouders zijn, maar als Anton vertelt over zijn oom en tante in Amsterdam, wordt besloten dat hij daarheen gaat. De vrachtwagen die hem wegbrengt, wordt onderweg getroffen door een luchtaanval, maar Anton komt toch veilig in Amsterdam aan.

Tweede episode: 1952
Na de bevrijding, horen Anton en zijn oom en tante dat zijn ouders en broer Peter op de avond van de aanslag gedood zijn. Anton blijft bij zijn oom en tante wonen en gaat medicijnen studeren. Op twintigjarige leeftijd, in 1952, keert hij terug naar Haarlem – op uitnodiging van een studiegenoot.
Het feest wordt gehouden in de buurt van zijn oude straat, en als er foute grappen worden gemaakt over de Korea-oorlog in vergelijking met WO II, verlaat Anton het feest. Hij komt weer in zijn oude straat en wordt gezien en binnengevraagd door zijn oude buurvrouw Beumer, wier man dement is geworden.
Ze vertelt Anton dat zijn ouders werden vermoord omdat ze de Duitsers aanvielen, dat de buren Korteweg zijn verhuisd en dat er op de plek waar eerst Antons huis stond, een monument is opgericht voor oorlogsslachtoffers. Als Anton erheen gaat, ziet hij dat de namen van zijn ouders er wel op staan, maar die van Peter niet. Thuis vraagt hij zijn oom en tante waarom ze hem nooit verteld hebben over het monument. Ze zeggen dat ze dat wel hebben gedaan maar dat hij er niet heen wilde.

Derde episode: 1956
Tijdens zijn studie gaat Anton op kamers wonen, een eindje bij zijn oom en tante vandaan. Hij specialiseert zich in de anesthesie. Ondertussen neemt het communisme wereldwijd toe en ook in Nederland breken relletjes uit. Anton houdt zich er verre van, maar op een avond is hij getuige van een geweldpleging door politie en tot zijn grote verbazing bevindt Fake Ploeg junior zich in de menigte – de zoon van de vermoorde NSB’er, zoveel jaren geleden.
Anton vraagt hem binnen en ze praten over hun veranderde levens. Fake, die destijds bij Anton in de klas zat op het lyceum en gepest werd met zijn vader, werkt nu in een huishoudzaak en is ervan overtuigd dat de communisten de oorlog veroorzaakten. Na de dood van zijn vader raakten zijn moeder en hij aan de bedelstaf. Hij weigert te geloven dat zijn vader een slecht mens was. Uit frustratie, woede en verdriet gooit Fake een steen door de kamer en vertrekt, maar komt even later terug en bedankt Anton omdat hij het op school altijd voor Fake opnam.

Vierde episode: 1966
Jaren gaan voorbij. Anton wordt arts-assistent en trouwt met Saskia de Graaff, met wie hij een dochtertje krijgt, Sandra – zijn oom is dan al overleden. Saskia’s vader, meneer De Graaff, heeft in de oorlog gediend als verzetsstrijder. Als een goede vriend van hem overlijdt, breekt er in een café na de begrafenis een discussie los over de ware redders van de oorlog: de Amerikanen of de Russen.
Tot zijn verbazing ontmoet Anton hier een zekere Cor Takes, de moordenaar van Fake Ploeg. Buiten praten zij met elkaar, en Cor vertelt dat hij Fake doodde omdat het moest, ongeacht de gevolgen. Anton komt erachter dat de vrouw met wie hij die nacht in de cel zat, de vriendin van Cor was die ook meedeed aan de moord – Truus Coster, die ook vermoord werd door de Duitsers. Er blijft één brandende vraag over: waarom werd het lichaam van Ploeg door de buren Korteweg voor Antons huis neergelegd?
Anton gaat met Sandra en Saskia naar het strand, waar hij ligt te denken over Truus. Thuis gebeurt ditzelfde, en bij het zien van een foto van Saskia beseft Anton dat hij zich Saskia en Truus hetzelfde voorstelt. De volgende dag gaat Anton weer naar Takes toe.
Er is dan veel media-aandacht voor de vrijlating van een oud-officier van de SS, die veel mensen vermoord heeft. Ook Takes en Anton zijn hierdoor van streek. In het souterrain van Takes’ appartementgebouw praten ze over Truus, die Fake de laatste twee schoten gaf en door hem zelf neergeschoten werd. Op een foto van haar ziet Anton dat ze op Saskia lijkt. Takes heeft nog steeds haar pistool.

Laatste episode: 1981
De tijd verstrijkt en Anton wordt ouder. Hij scheidt van Saskia en hertrouwt met Liesbeth, met wie hij een zoon krijgt: Peter. Hij brengt zijn vakanties door in Toscane en krijgt af en toe last van paniekaanvallen als hij ineens een flashback heeft van 1945. Als zijn dochter Sandra zestien is, neemt hij haar mee naar zijn oude straat.
Ze mogen binnen in het huis dat nu op de plek van Antons ouderlijk huis staat en ineens ziet Anton op het monument ook de naam Takes, waarmee waarschijnlijk Takes’ broertje bedoeld wordt. Samen met Sandra bezoekt Anton Truus’ graf.
In 1981 zijn er demonstraties tegen atoomenergie waar Anton zich niets van aantrekt, maar hij wordt gedwongen mee te doen als hij last krijgt van kiespijn en zijn tandarts alleen wil helpen als hij mee gaat demonstreren. Op die demonstratie treft Anton niet alleen zijn inmiddels negentienjarige zwangere dochter Sandra en haar niet zo fatsoenlijke vriend, maar tot zijn verbazing ook zijn oude buurvrouw Karin Korteweg, degene die samen met haar vader het lijk van Fake Ploeg bij Anton voor de deur sleepte.
Karin vertelt dat Peter die nacht bij hen naar binnen glipte, hen onder schot hield en even later doodgeschoten werd door een Duitser. Ook komt Anton erachter dat het lichaam van Ploeg bij hen op de stoep belandde omdat meneer Korteweg zijn geliefde hagedissenverzameling niet wilde opgeven.
Nadat Karin en haar vader zagen hoe Anton en zijn familie beschuldigd werden – na verhoor werden zijzelf vrijgelaten – kreeg haar vader een gigantisch schuldgevoel en vermoordde hij zijn hagedissen. Na de oorlog verhuisden ze, maar Karins vader pleegde in 1948 zelfmoord, uit angst dat Anton zich op hem zou komen wreken.
Tot slot vraagt Anton aan Karin waarom ze Fake juist voor zijn huis neerlegden en niet bij het bejaarde echtpaar Aarts. Karin antwoordt dat haar vader dat niet wilde omdat het echtpaar Aarts joden in huis had. Na deze ontdekking loopt Anton weg bij Karin en vervolgt samen met zijn zoon Peter de demonstratiestoet.

Bron: https://www.scholieren.com/boek/582/de-aanslag/zekerwetengoed

Mening

De aanslag zelf speelt zich af in de hongerwinter, wat een zeer koude, moeilijke tijd was. Men had niets te makken op dat moment, want ze woonden in bezet gebied. Er heerste grote armoede en honger. In de jaren daarna was de oorlog dan wel voorbij, maar het leven van velen werd er nog steeds door bepaald en het was moeilijk om hier overheen te komen. Door de manier waarop Mulisch zijn boek op heeft gebouwt raak je heel erg betrokken raakt bij datgene dat zich afspeelt. Door het lezen van dit boek leer je hoe intens de oorlog eigenlijk is geweest. Het is bijzonder hoe Mulisch dit geschreven heeft. Als je dit boek helemaal hebt gelezen, ben je er echt even stil van.
Een belangrijk thema van De Aanslag is schuld. Zo draait het in het verhaal onder andere om de vragen 'Wat is schuld en wanneer is iemand schuldig?' en 'Wie heeft er schuld aan de dood van Antons ouders en broer?'. Naarmate het boek vordert, lijkt het alsof hij steeds dichter bij het antwoord komt, maar in feite wordt het steeds complexer.
De Aanslag is zo geschreven dat je je snel in kan leven in het verhaal. Dit maakt het makkelijker en interessant om te lezen. Er zitten open plekken in wat ervoor zorgt dat je snel het boek uit wil lezen. Ondanks dat sommige dingen wat langdradig weinig moeilijke taal gebruikt wat het niet onmogelijk maakt om te lezen.
De Aanslag heeft alles in zich wat literatuur groot maakt. Mulisch heeft het verhaal zo geschreven dat de lezer een goed beeld geeft van hoe het er in 1945 aan toe ging en hoe de mensen er aan toe waren na de oorlog

woensdag 14 februari 2018

De Engelenmaker

Samenvatting

‘De Engelenmaker’ bestaat uit drie delen en wordt verteld vanuit het oogpunt van verschillende personen in het boek (een alwetend perspectief).

Het eerste deel speelt in het heden en vertelt hoe Doktor Victor Hoppe terugkomt in zijn geboorteplaats Wolfheim, een dorpje vlakbij het drielandenpunt. Met zijn hazenlip en zijn rode haren maakt hij een eigenaardige indruk. Hij heeft drie kinderen bij zich, die naar geruchten een spleet over hun hele gezicht hebben. De bewoners van Wolfheim moeten niets hebben van de rare dokter, maar na een aantal genezingen wordt hij toch geaccepteerd samen met zijn zoons, de spleten over hun gezichten blijken littekens van een hazenlip te zijn. De kinderen lijken sprekend op elkaar, en hebben veel weg van hun vader. De kinderen heten Michaël, Rafaël en Gabriël, net als de aartsengelen.Toch is er iets mis met de kinderen, ze blijven klein en zijn vaak ziek, en net als hun vader tonen ze weinig emoties. De dokter huurt een huishoudster, Frau Maenhout, in. Frau Maenhout komt steeds meer te weten over de dokter en zijn kinderen. De dokter gedraagt zich namelijk erg vreemd; hij toont geen emoties. Nu zou men hem autistisch hebben genoemd, het syndroom van Asperger, maar toen kenden ze dat nog niet. Hij wil absoluut niet dat zij de kinderen over God vertelt (maar wel over Jezus) en de kinderen mogen nooit naar buiten. Daarbij houdt de dokter veel afstand tot de kinderen, hij wil ook dat ze hem vader noemen i.p.v. pap of papa. Als Frau Maenhout bijna achter de waarheid is, die overigens erg schokkend blijkt te zijn, komt zij door een vreselijk ‘ongeluk’ om het leven.

In het tweede deel, dat afwisselt tussen Victor Hoppes jeugd en zijn tijd na zijn studie, wordt duidelijk wat er met de dokter en zijn kinderen aan de hand is. Victor Hoppe heeft de eerste jaren van zijn leven als ‘debiel’ in een gesticht doorgebracht. De enige die gelooft dat hij niet debiel is, is Zuster Marthe. Zij leert Victor lezen en zij is dan ook de enige aan wie hij dat laat horen. Na een paar jaar haalt zijn vader hem uit het gesticht. Victor komt terecht op een internaat en daarna op de universiteit. Victor Hoppe heeft in die jaren bedacht dat men slecht of goed kon zijn, niet ertussenin. Hij zag God als het kwaad, omdat hij zijn zoon, Jezus, die in zijn ogen het goede was, in de steek liet toen hij aan het kruis werd gehangen. Victor Hoppe vergeleek zich dan ook veel met Jezus en merkte dat ze veel gelijkenissen hadden, maar hij blijkt een genie te zijn en studeert verder in embryologie. Hij verraste de wetenschap door jonge muizen te produceren die uitsluitend mannelijke of vrouwelijke ouders hadden. Hierna kreeg hij een baan op de universiteit in Aken, en daar kreeg hij geld om muizen te klonen, wat hem ook lukte, alleen later werd het project stopgezet nadat men op basis van zijn aantekeningen de kloning niet kon herhalen en Dokter Hoppe weigerde het te demonstreren. Daarna ging hij zelf verder en slaagde er uiteindelijk in zichzelf te klonen. Hier loog hij de draagmoeder voor, die hij een kind van zichzelf had beloofd. Rex Cremer, de stafarts van de universiteit, is de enige die weet wat er precies aan de hand is. Hij raakt verstrikt in wat hij weet. Nadat de baby’s ter wereld waren gekomen, had Dokter Hoppe ze zelf meegenomen.

In het derde deel, weer het heden, komt Rex Cremer weer opnieuw in aanraking met Doktor Hoppe. Hij ontmoet ook zijn kinderen en Doktor Hoppe vertelt hem wat er mis is met de kinderen. Ze worden te snel oud; elk jaar van hun leven telt voor tien tot vijftien jaar. Dit komt door een ’fout’ in hun chromosomen. Dan komt ook de draagmoeder van de jongetjes haar ‘kinderen’ opzoeken, ze heeft spijt van haar beslissing ze niet te nemen. Maar als ze bij Doktor Hoppes huis aankomt is er al één dood, Michaël. Want dokter Hoppe heeft besloten ze niet meer eten te geven of nog aandacht aan hen te besteden, het experiment (het klonen) was immers mislukt en hij hield zich alweer met andere dingen bezig. Ze brengt de laatste dagen van hun leven met ze door, en als ze erachter komt dat de Dokter de kinderen, inmiddels was Rafaël ook al overleden, op sterk water had gezet had ze hem aangevallen en had hij haar uiteindelijk vermoord. Terwijl de dorpsbewoners de kruistocht van Jezus op de Vaalserberg (vlakbij het dorp) volgen, kruisigt Doktor Hoppe zichzelf. Hij eindigt aan het kruis (net zoals Jezus), terwijl het hele dorp sprakeloos toekijkt. Rex Cremer was ondertussen weer naar het huis van Dokter Hoppe teruggekeerd, en na het aanschouwen van de 3 jongens, Gabriël was nu ook gestorven, op het sterke water en de dode draagmoeder erbij niet aangekund. Hij had vervolgens het hele huis in brand gestoken, opdat niemand hier ooit achter kwam. Rex Cremer voelde zich namelijk verantwoordelijk voor het hele gebeuren. Toen hij zo snel als hij kon uit Wolfheim wegreed kreeg hij zelf een ongeluk waarbij ook hij om het leven kwam.

Bron: https://www.scholieren.com/boekverslag/65258

Mening 

“Soms is wat onmogelijk is alleen maar moeilijk.” 
De Engelenmaker is een boek dat al vele prijzen en nominaties heeft bemachtigd. Vanaf de eerste pagina wordt je meegenomen in de psychologische roman over embryologie enVictor Hoppe. Het is moeilijk te stoppen met lezen.
In De Engelenmaker heeft Stefan Brijs gebruik gemaakt van een alwetende verteller. Hierdoor kan je je minder snel inleven in een hoofdpersoon, maar zo weet door deze manier van schrijven de lezer op de meeste momenten meer dan de personages in het boek. Op deze manier kom je als lezer boven het verhaal te staan en krijg je niet alleen een goed beeld van de hoofdpersoon, maar wordt er een goed beeld gevormd van alle personages.
Daarnaast is de diepere gedachte achter het verhaal heel interessant. Het gaat hier om de strijd tussen het goede en het kwade van de mens. Hierbij wordt vaak ook verwezen naar het geloof; Victor vergelijkt zichzelf met Jezus, wie hij als goed ziet. Niet alleen zie je Victor zijn perspectief hierop, maar doordat je ook betrokken raakt in het leven van de mensen om hem heen, lees je ook hun visie. Deze diepere gedachte zet je aan het denken over wat goed en kwaad is.
Het boek is in drie delen opgedeeld. Waar je in het eerste en derde hoofdstuk leest over Victor's leven als volwassene, komt in het tweede deel Victor zijn jeugd aan bod. In het eerste deel kom je aardig wat te weten, maar de dingen worden pas echt duidelijk als je het tweede deel leest. Voor veel dingen zijn oorzaak-gevolg verbanden te vinden tussen zijn jeugd en zijn latere leven.
De Engelenmaker is een prachtig geschreven boek met een thema dat het onmogelijk doet lijken, maar het blijkt alleen maar moeilijk te zijn. Stefan Brijs heeft veel moeite gestoken in het schrijven van deze roman. Dit blijkt uit het feit dat hij gebruik heeft gemaakt van een alwetende verteller, wat voor elke schijver een opgave is. Het heeft een duidelijke diepere boodschap waardoor Brijs onderscheid maakt in wetenschap en geloof, maar ze tegelijkertijd ook verbindt. De Engelenmaker is een boek waarin iedereen zoekt naar de waarheid, terwijl het nog maar de vraag is of deze wel echt bestaat.
Het is Stefan Brijs gelukt om een spannende roman te schrijven over de gevaarlijke doch aanlokkelijke mogelijkheden van het scheppen van leven. Het is een van de beste boeken die ik tot nu toe heb gelezen en als iemand nog een boek zoekt om te lezen raad ik dit boek zeker aan!

donderdag 4 januari 2018

Magnus

Samenvatting

Akte I 
Merlijn Kaiser, ongeveer 27 jaar, is nogal van streek, omdat zijn vriendin Caro hem in de steek gelaten heeft. Hij vertelt daarna in een flashback vrijwel meteen hoe hij haar in 1997 heeft leren kennen tijdens een schoolreis in vwo-5 naar Florence. Zijn verliefdheid werd opgewekt tijdens de treinreis naar de Italiaanse kunststad. Ze waren veel in elkaars nabijheid, maar van een zoen of zelfs meer was nog geen sprake.

Voor zijn gevoel is ze nu een maand weg. Hij gaat een popconcert van zijn vriend Walter bezoeken en raakt dronken. Uit een bioscoop komt Caro later met haar nieuwe vriend, de singer-songwriter Ted Robin. De dronken Merlijn slaat Ted op zijn bek, maar hij komt er zelf ook slecht af. De dag erna wordt Merlijn gebeld door iemand van Mastercard, die hem meldt dat er vreemde betalingen in Stockholm van zijn creditcard worden gedaan (o.a. 1500 euro in een pretpark) Hij zegt maar dat hij daar geweest is.

In een andere flashback vertelt Merlijn dat hij sinds zijn jeugd geplaagd wordt door epileptische aanvallen, waardoor hij soms een tijdje niet weet waar hij is geweest. Die aanvallen lijken er dan ook de oorzaak van dat Merlijn een bijrol in zijn eigen leven vervult. Hij speelt de rol van een toneelschrijver die wel de stukken schrijft, maar niet de erkenning krijgt; van iemand zonder rijbewijs; van een jongen die wel Merlijn heet, maar in een schoolmusical over een tovenaar alleen de rol van kikker krijgt toebedeeld.
Daarna vertelt hij verder over zijn volgende avond uit met Caro. Hij was naar het huis van haar rijke ouders geweest en ze had hem terug naar de bushalte gebracht met de auto. Onderweg had ze een haas aangereden.

In het heden keert hij weer terug naar zijn vriend Walter die het hem kwalijk neemt dat hij sinds het vertrek van Caro zo slecht de onderlinge contacten onderhoudt. Hij verwaarloost zijn vrienden. Merlijn spuugt naar Walter. Wanneer hij thuis is, wordt hij weer gebeld door iemand van Mastercard: er blijven nog steeds betalingen van zijn card gedaan te worden. Hij is het zat en hij boekt meteen een retourtje Stockholm om op goed geluk op zoek te gaan naar de man die hem dit flikt.

Akte II 
Het is juni.
In Stockholm is het natuurlijk zoeken naar een speld in een hooiberg. Hij weet niet waar hij moet beginnen. Hij legt zijn verhaal voor aan een Vlaams meisje (Krista) dat in een hotel werkt. Ze zal opletten of ze informatievoor hem kan verzamelen voor zijn probleem.

In een flashback vertelt Merlijn over een Grote actie op zijn school voor een goed doel. Hij had zich heel wat in zijn hoofd gehaald om op die avond met Caro wat te ondernemen, maar als het puntje bij het paaltje moet komen, gaat ze weg van het feest met een andere knul. Voor de tweede keer laat ze hem zitten. Na het eindexamen vwo verdwijnt ze zelfs een tijdje uit zijn leven: ze wordt au pair in Zwitserland, terwijl Merlijn een studie aanpakt in Amsterdam.

Krista belt hem op met de mededeling dat een vriendin van haar meer informatie over een soort zwerver heeft, maar als hij in het hotel komt, blijkt de vriendin gewoon Merlijn zelf te bedoelen. Hij heeft intussen op diverse plekken foto’s gemaakt en hij hoopt dat er op een bepaald moment geld van zijn creditcard wordt afgeschreven, wanneer hij in de buurt van een geldautomaat was. Hoewel het onlogisch klinkt, blijkt later de man die zijn card misbruikt wel op een foto te staan. Later in die week ontmoet hij de man die Magnus blijkt te heten en inderdaad gebruikt maakt van zijn creditcard. Hij spreekt met hem, maar durft het probleem van de diefstal nog niet aan te kaarten. Later ontmoet hij de man voor de tweede keer en dan vraagt die hem mee naar zijn huis te gaan. Zijn dochter die in Uppsala studeert, is namelijk bij hem thuis. Merlijn gaat mee naar huis en ziet een heel leuk meisje van ongeveer 18 jaar. Ze heet Cecilia. Merlijn vertelt niet zijn eigen naam i.v.m. de creditcard en hij stelt zich voor met de naam Walter, die een reisjournalist is en in België woont. Ze is toevallig op dezelfde dag jarig als hij (16 februari). Hij vindt haar erg leuk.

Merlijn vertelt dan weer in een flashback dat Caro na korte tijd terug was gekomen uit Zwitserland. Ze kon het niet meer vinden met de werkgever. Intussen had hij genoeg contacten met een stel meisjes en hij was zelfs al ontmaagd door een meisje dat Spaans studeerde. Omdat Caro nog geen onderdak heeft, slaapt ze een nachtje bij hem, maar er gebeurt op seksgebied niets.

Met Krista heeft hij wel seks. Het is één van zijn laatste nachten in Stockholm. Maar dan neemt hij in een impuls de trein naar Uppsala en hij zoekt contact met Cecilia. Ze ontmoeten elkaar: ze studeert medicijnen en ze laat hem de bezienswaardigheden van Uppsala zien. Hoewel hij een stuk ouder is dan zij, wordt hij verliefd op haar en ze gaan met elkaar naar bed. Ze wordt de volgende dag wakker met de oneliner ”het was een goede dag voor een orgasme” en dat vindt Merlijn zo’n goede zin dat hij een toneelstuk zal gaan schrijven met die titel. Ze regelt een kamer voor hem die hij krijgt van een student die een tijdje afwezig is. Hij gaat een cursus Zweeds volgen en ziet een heleboel Zweedse films. Ze hebben regelmatig seks met elkaar. Ze krijgen een soort verkering.

In een flashback vertelt Merlijn verder over zijn relatie met Caro. Na de millenniumwisseling wil ze wel ineens met hem verder.

Merlijn is verliefd en wil in Uppsala blijven. Op een zeker moment gaan ze na de zomer weer een keer op bezoek bij Magnus in Stockholm. Wanneer hij in een onbewaakt ogenblik even alleen op de kamer van Magnus is, ziet hij een doos met foto’s (ook naaktfoto’s) van iemand die hij heel goed kent. Het zijn foto’s van zijn geliefde Caro. Hoe kan dat nou?

Akte III 
Hij is verschrikkelijk verbaasd en boos en wil meteen weg bij Magnus. Maar hij kan zijn mond niet houden en wil Cecilia onderweg naar Uppsala vertellen wat er aan de hand is. Die pikt het niet en loopt boos van hem weg. In het hotel van Krista belt hij naar Caro en hij vraagt haar wat ze van Magnus afweet. Hoe komt hij aan haar foto’s? Caro wil het niet over de telefoon vertellen en ze spreken af in Kopenhagen. Daar vertelt ze dat ze tijdens haar au pair-schap een relatie met de veel oudere Magnus was aangegaan. Zij was 18 en hij minstens 37 jaar. Ze had als kindermeisje ook voor Cecilia gezorgd. Maar hij was vervelend en jaloers geworden en Caro had de relatie beëindigd. Dat pikte Magnus niet en hij had haar eerst weggestuurd en later wilde hij haar chanteren. Hij wilde geld zien: eerst had Caro cash geld gestuurd vanuit Amsterdam, later had ze haar creditcard gestuurd en toen die ook niet meer voldoende saldo had, had ze de gezamenlijke creditcard van Merlijn en haar opgestuurd. Dat raadsel is dus opgelost. Caro schaamt zich inmiddels dood. Ze blijven nog een nacht samen in een hotelkamer en dan vliegt ze terug naar Amsterdam. Ze vraagt of ze zijn huis in geval van nood mag gebruiken. Hij staat het gebruik ervan toe.

Merlijn gaat zelf terug naar Uppsala: hij schrijft een brief aan Cecilia met excuses en hij vertelt de ware gang van zaken. Hij heet geen Walter maar Merlijn en haar vader heeft het laatste jaar misbruik gemaakt van zijn creditcard. Ze reageert helemaal niet. Intussen doet hij wel inspiratie op voor een toneelstuk dat gaat heten: “Het was een goede dag voor een orgasme.” De artistiek leider van het toneelgezelschap vindt het een meesterwerk.
Op de avond voor zijn vertrek stuurt hij nog een laatste mail naar haar. Op de ochtend van zijn vertrek staat Cecilia ineens voor de deur van zijn appartement. Ze was bang dat hij al naar Nederland vertrokken was. Ze heeft de auto van haar vader gestolen en wil naar Geneve, omdat ze het verleden nog een keer wil doen herleven. Ze heeft geen rijbewijs, evenals Merlijn (die immers epilepsie heeft). Maar ze rijdt er een stevig stukje op los. Ook Merlijn rijdt in Duitsland een groot gedeelte en hij veroorzaakt door een kleine periode van afwezigheid (epilepsie) een ongeluk. Gelukkig niet al te ernstig, maar hij kan nu meteen opbiechten dat hij epilepsie heeft. Ze rijden door naar Zwitserland en ze bezoeken het huis waar Caro als au pair heeft gediend bij Magnus. Cecilia was toen nog maar negen jaar oud: ze laat zien hoe lang ze toen was door de potloodstreepje sop het behang aan te wijzen (oktober 1998) Daarna was het misgegaan door de relatie die Magnus had aangeknoopt met Caro. Cecilia’s moeder was in een kliniek beland door de handelwijze van haar man. In het chalet overnachten Cecilia en Merlijn en ze gaan met elkaar naar bad en bed.
Ineens staat Magnus in Zwitserland voor het appartement. Alleen Cecilia kan hem tot bedaren brengen. Ze belooft dat ze zal terugkeren naar Zweden en dan vertrekt hij weer.

Merlijn en Cecilia gaan terug naar Amsterdam. Ze komen net op tijd om de première van “Een goede dag” mee te maken. (de laatste drie woorden zijn niet op de posters terecht gekomen) en de artistiek leider eigent zich alle eer toe, terwijl Merlijn in de zaal zit. Na afloop
gaan ze naar huis en daar zit Caro. De hernieuwde kennismaking tussen Caro en Cecilia is hartelijk: ze hebben elkaar een tijdlang niet gezien. Voor Merlijn is het een bizarre situatie.
Caro is het meisje van zijn verleden en Cecilia is zijn droommeisje voor de toekomst. Daar moet hij even over nadenken. Hij gaat naar buiten en hij valt. Waarschijnlijk heeft hij een epileptische aanval. Een meisje raapt hem de straat.
Dan komt de werkelijke aanval.

Bron: https://www.scholieren.com/boek/11328/magnus/zekerwetengoed

Mening

Dit boek begint met Merlijn, de hoofdpersoon. Merlijk is een jongeman wiens vrouw, Caro, hem heeft verlaten omdat zijn leven 'steeds hetzelfde' was. Wat later wordt hij gebeld door zijn bank met de mededeling dat er rare bedragen van zijn rekening zijn afgeschreven in Zweden. Hij besluit dat hij naar Zweden wil gaan om uit te zoeken hoe dit zit, maar hierover moet hij eerst wel goed nadenken. Hier leest de lezer mee met een innerlijk conflict van Merlijn, wat het verhaal een stuk persoonlijker maakt.
Vanaf zijn aankomst in Zweden wordt alles heel gedetailleerd omschreven. Van de gebouwen tot hoe de mensen spreken en van zijn reis tot de zoektocht naar zijn creditcard en de persoon die deze in gebruik heeft, alles wordt door de ogen van Merlijn zeer gedetailleerd verteld. 
Deze hele situatie geeft Merlijn in ieder geval niet meer zelfvertrouwen. Hij denkt niet over alles na wat hij doet, maar soms doet hij ook maar wat. Merlijn lijkt heel echt en zou zo in onze wereld kunnen passen.
Daarnaast zijn er een paar wat vreemde personages, neem bijvoorbeeld Magnus. Hij is een man van een jaar of dertig. Caro had een paar jaar daarvoor op zijn dochter gepast. In datzelfde jaar kregen zij samen een relatie, waarbij hij onder andere naaktfoto's van haar nam. Een aantal jaar later, nadat Caro al weg is gegaan van zijn familie, stuurt hij haar weer een bericht waarin hij vraagt om geld. Hij chanteert haar door te dreigen met de foto's die hij van haar heeft gemaakt online te zetten. In de stukken waarin Merlijn met hem praat is het een man met vele interesses. Merlijn snapt Magnus ook niet zo goed. Tegen het einde van het boek komt Magnus Merlijn weer tegen, maar deze keer bedreigt Magnus hem en probeert hem te vermoorden, omdat hij denkt dat Merlijn zijn dochter heeft ontvoerd. Cecilia moet hem kalmeren. Dit is dus een van de interessantste personages in het boek. Daarom is het ook zo leuk dat het boek naar hem is genoemd. Aan het begin van het boek weet je nog niet wat de titel betekent, maar later kom je er stap voor stap achter wat er zo belangrijk is aan Magnus.
Alle karakters worden vreselijk op de proef gesteld en hierdoor transformeren ze, je ziet duidelijk een ontwikkeling in hun personages tussen het begin en het einde van het boek. Zo nu en dan zijn er echt massieve plottwists die je echt niet had kunnen zien aankomen. Dit maakt het boek zoveel interessanter om te lezen.
Ten slotte weet je het grootste deel van het boek niet zeker of het wel goed afloopt. Sterker nog, zelfs in de laatste regels weet je niet zeker of het boek wel goed afloopt. Ook is het een open einde wat heel vervelend kan werken, maar eigenlijk wel een leuke toevoeging aan het boek is.
Als je nu nog niet overtuigd bent om dit boek te gaan lezen dan weet ik het ook niet meer. Magnus is een spannend en interessant boek dat je meeneemt in de avonturen van Merlijn. Het boek leest makkelijk en vlot en daarom kan ik iedereen aanraden dit boek te lezen.

zaterdag 28 oktober 2017

Hersenschimmen

Samenvatting

Hersenschimmen vertelt het verhaal van iemand die langzaam maar zeker begint te dementeren en de gevolgen die dit voor hem en zijn omgeving heeft.
Maarten en Vera Klein wonen al jaren gelukkig in Gloucester, Massachusetts (Verenigde Staten). Langzaam maar zeker begint Maarten heden en verleden door elkaar te halen. Het begin heel klein, op het moment dat hij niet meer weet welke dag het is en op een zondag wacht tot de schoolbus langs zal komen of als hij steeds vaker in gedachten verzonken is. Langzaam maar zeker kan hij zich dingen niet meer herinneren en als hij zich iets herinnert, gaat hij volledig in die herinnering op. Zo denkt hij op een dag dat hij weer op de kleuterschool is en van de juf de potlodendoos mag halen. Hij loopt de gang door naar het materiaalhok en klimt op een stoel om de doos te gaan zoeken. Dan staat Vera plots achter hem en haalt hem uit de droom. Hij blijkt op de keukenstoel in hun washok te staan. Later geeft hij hele rare antwoorden op vragen, omdat hij net ergens anders met z’n gedachten was. Als Vera hem een keer vraagt wat hij zo lang in de keuken deed, antwoordt hij bijvoorbeeld vangstquota. Uiteindelijk gaat dit nog een stapje verder en breekt hij in bij een vakantiehuisje waar vroeger de vergaderingen van zijn bedrijf waren omdat hij denkt dat hij te laat op zijn vergadering komt. Ook vergeet hij dat mensen en dieren dood zijn en vraagt dus steeds naar hen als anderen langskomen. Een keer begint hij plotseling naar de snoepreepjes die zijn oma altijd voor hem achter in de buffetkast verstopte te zoeken.
Vera wordt steeds ongeruster en als Maarten weg begint te lopen van huis laat ze uiteindelijk een meisje, Phil Taylor, in huis wonen die op Maarten kan passen als zij weg is. Maarten vergeet echter steeds wie ze is. Eerst ziet hij haar aan voor een vriendin van zijn dochter, dan voor zijn vroegere piano juf en uiteindelijk voor zijn dochter. Ook van Vera vergeet hij soms wie ze is.
In het boek wordt ook de moeilijker wordende relatie tussen Vera en Maarten weergegeven. Een eerste beschrijving die Maarten van haar geeft (zie eerste quote, een stuk terug in dit verslag) is nog heel scherp, bij kennis. Meer op het einde heeft hij het echter over een oude vrouw, die er een beetje verfomfaaid uitziet met haar vochtig neerhangende slappe bruine krullen en haar gerimpelde hals (p. 134). Later herkent hij haar niet meer op foto’s en uiteindelijk weet hij helemaal niet meer wie ze is.
In het laatste deel van het boek weet Maarten zelf niet meer wie hij is. Eerst heeft hij het nog over “mijn spullen”, “ik kan ..” etc. Maar naarmate hij verder aftakelt begint hij in derde persoon over zichzelf te praten, om het uiteindelijk alleen nog maar over ‘het’ te hebben. Tegelijk met deze verandering in benoeming van zichzelf, trekt hij zich steeds meer in zijn hoofd terug. Hij communiceert bijna niet meer met de buitenwereld, maar denkt in onsamenhangende zinnen en fragmenten aan wat er om hem heen gebeurt. Een van de redenen hiervoor is dat hij ook steeds meer moeite met het Engels begint te hebben, en soms even de taal niet meer lijkt te verstaan. Op het laatst zijn Maartens gedachten zo onsamenhangend en fragmentarisch dat er bijna niet meer duidelijk is wat er nou met hem gebeurt. Wel weet hij op zijn sterfbed weer even wat er om hem heen gebeurt en zoekt en vindt hij Vera’s hand, al weet hij haar naam niet meer.

https://www.scholieren.com/boek/38/hersenschimmen/zekerwetengoed


Mening

Om te beginnen vond ik Hersenschimmen een mooi geschreven boek. Van tevoren wist ik niet of ik dit boek volledig zou kunnen lezen, aangezien het niet een heel makkelijk onderwerp heeft. Het verhaal is heel realistisch geschreven en is niet moeilijk te begrijpen. Echter aan het einde, rond het moment dat Maarten in het verpleeghuis zit, moet je soms net iets meer moeite doen om de zinnen te begrijpen, maar je zit dan al zo ver in het boek dat je niet meer kan stoppen.
Ik vind het bijzonder hoe je door het lezen van een boek bijna in het hoofd van een dementerende zit en dat je op deze manier kan meemaken wat hij denkt en voelt. Ik heb veel respect voor J. Bernlef hoe hij dit zo heeft kunnen schrijven, zonder het zelf mee te maken. Daarnaast leer je ook veel van dit boek over dementie en wat het met de desbetreffende persoon en zijn omgeving doet. Al snel leefde ik me in hun wereld in en ik kreeg veel respect voor Vera, die dagelijks met haar man de dag doorbrengt, terwijl hij haar niet eens meer herkent.
Dit boek is zeker een aanrader voor iedereen die deze nog niet gelezen heeft.

vrijdag 15 september 2017

Balansverslag vwo 5


In het afgelopen jaar hebben we vier literaire boeken voor Nederlands moeten lezen. 

Vroeger las ik veel Nederlandse boeken, maar sinds een paar jaar lees ik het liefst Engelse boeken. Nederlandse boeken lees ik eigenlijk nog voor school, niet meer voor mijn plezier. Ik kom door veel Nederlandse boeken met moeite heen, maar er zijn natuurlijk wel boeken die ik leuk vond om te lezen. Zo vond ik ‘Spijkerschrift’ van Kader Abdolah heel mooi geschreven. Ik denk dat die wel op mijn nummer een komt van de boeken die ik tot nu toe heb gelezen. Op een goede nummer twee komt ‘Het diner’ van Herman Koch en op de derde plek komt dan ‘Terug naar de kust’ van Saskia Noort. Een van de boeken die ik dit jaar nog wil lezen is ‘De volmaakte verdwijning’ van Derwent Christmas.

Ik heb vorig jaar geen favoriete auteur ontdekt, dit kan onder andere komen omdat ik van de meeste auteurs maar een boek heb gelezen.

De boeken die mij het meest aanspreken zijn vaak de boeken die zo zijn geschreven, dat je alle gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon meekrijgt. Een echt favoriet genre heb ik niet, en onderwerpen ook niet. Fictieve boeken spreken me echter niet aan.

Als ik mijn leesautobiografie terug lees dan denk ik niet dat er veel is veranderd, ik heb de afgelopen maanden niet heel veel gelezen. In de komende maanden wil ik heel graag meer gaan lezen, wel zullen dit voornamelijk Engelse boeken zijn.

zaterdag 1 juli 2017

Terug naar de kust

Geschreven door: Saskia Noort

Samenvatting
Maria woont in Amsterdam met haar twee kinderen, Wolf en Merel. Ze heeft een relatie met Geert, de vader van Wolf, maar het gaat niet meer zo goed tussen Maria en Geert. Als Maria merkt dat ze weer zwanger is van Geert, besluit ze het kind weg te laten halen en verbreekt ze de relatie met Geert. De vader van Merel is Steve, waar Maria ook een aantal jaar een relatie mee heeft gehad. Ze zat samen met Steve in een band, waar Maria de zangeres van was. Maria houdt nog steeds erg van zingen, hier kan ze haar energie en frustraties in kwijt.
Vijf dagen na de abortus vindt Maria een kaartje in de brievenbus. Het kaartje is een bedreiging die te maken heeft met haar abortus. Ze weet niet wie het gedaan heeft, maar ze verdenkt Geert. Later komt ze erachter dat Geert zoiets nooit zou doen. Maria heeft schuldgevoelens over haar abortus en ondertussen wordt ze steeds erger bedreigd. Haar stalker stuurt haar foto’s van ongeboren baby’s en later tijdens een concert krijgt ze een pakje opgestuurd met een dode rat erin.
Maria is erg bang door de bedreigingen en besluit om de politie in te lichtten. Maar jammer genoeg wil de politie weinig voor haar doen. Als ze naar huis fietst merkt ze dat ze achtervolgd wordt. Het blijkt Steve, de vader van Merel te zijn. Hij is terug uit Amerika en wil een afspraak maken om zijn dochter weer een keer te zien.
Een paar dagen later gaat ’s morgens de deurbel en staat er een begrafenisondernemer aan de deur die gebeld zou zijn door Petra Vos, de moeder van Maria die al lange tijd geleden overleden is. De moeder van Maria was een psychoot. De vrouw aan de telefoon had gezegd dat Maria overleden was. Maria wordt nu heel erg bang en besluit om iemand anders in te lichtten dan de politie. Het eerste wat in haar opkomt is haar zus, waar ze weinig contact mee heeft en niet zo goed mee kan opschieten. Waarschijnlijk is ze alleen bij haar zus veilig.
Maria vlucht met haar kinderen naar haar ouderlijk huis, waar haar zus, Ans nog steeds woont. Martin, de man van haar zus is een tijdje geleden plotseling verdwenen, weggelopen van huis, volgens Ans. Als ze eindelijk een beetje gewend is in het huis van haar zus, krijgt ze een telefoontje van de politie waarin de politie verteld dat haar huis afgebrand is. De politie zegt dat Maria het gas aan had laten staan en denkt dat Maria een beetje gek aan het worden is en de bedreigingen allemaal zelf heeft bedacht. Ook haar zus wil Maria naar een psychiater brengen. Diezelfde dag nog wordt Maria wakker in een bed, badend in het zweet en met een dik oog. Haar zus zit beneden samen met Victor, een collega. Maria merkt dat er iets niet klopt en vraagt wat er gebeurd is. Maria heeft zichzelf verwond en was zichzelf niet meer, volgens haar zus. Maria snapt er niets van en denkt nu zelf ook dat ze gek wordt.

Maria krijgt medicijnen. Na al die rare dingen die gebeurd zijn verdenkt Maria nu de man van haar zus, Martin. Martin had toegang tot het huis, hij regelde de financiële zaken van Maria en hij weet over haar verleden. Op een dag staat er een man voor de deur, ene Harry Meninga, een zakenpartner van Martin. Martin is volgens Harry met een heleboel geld verdwenen, geld dat niet van hem is. Maria en Harry spreken af om elkaar een keer te ontmoeten, om alles nog een keer duidelijk te bespreken.
Maria besluit om nog een keer terug te gaan naar Amsterdam, om bij haar huis te kijken. Als ze bij de politie langsgaat, blijkt dat haar zus ook bij de politie is geweest. De politie denkt dat Maria gek is geworden. Na het gesprek belt Maria Harry op om te vragen of hij samen met haar het kantoor van Martin wil onderzoeken, ze blijft eerst bij hem slapen. In de prullenbak van Martin vindt Maria een briefje met een webadres van een abortussite. Plotseling krijgt ze een klap op haar hoofd, wordt bewusteloos geslagen en als ze wakker wordt ligt ze vastgebonden op een bed en krijgt pillen en injecties en valt steeds in diepe slaap. Als ze wakker wordt ligt ze opeens in de kofferbak van een auto. Als de kofferbak opengaat ziet ze wie achter alle ellende zit; Ans, haar zus. Ze sleept haar mee en verteld haar waarom ze Maria dood wil hebben, ook verteld ze dat ze Martin en Harry heeft vermoord en dat Maria de volgende zal zijn.
Maria weet zich los te rukken en pakt het pistool van Ans af. Gelukkig staat Victor achter Maria en pakt het pistool af. Ans wordt opgepakt en Maria wordt meegenomen in de ambulance. Als de kinderen de volgende dag op bezoek komen met Geert, hebben ze kaalgeschoren hoofdjes, Ans had dit gedaan. De rechercheur komt ook op bezoek, hij bied zijn excuses aan en legt uit wat er met Maria gebeurd is. Ans en Martin konden geen kinderen krijgen, en Ans kwam er achter dat Maria een abortus had gepleegd. Ze was woedend, en begon Maria te stalken. Ans is psychisch niet helemaal goed, omdat ze vroeger niet de liefde en verzorging heeft gehad van haar ouders. Maria ook niet, maar die is op tijd weg gevlucht, en op haar zelf gaan wonen. Dit heeft Ans Maria nooit vergeven.



Tijd in het verhaal
Het verhaal is niet chronologisch vertelt: in het boek komen een paar flashbacks voor, deze verwijzen meestal maar naar een iemand die ze verdenkt, of naar een bedreiging. Ook wordt er terug verwezen naar de psychotische moeder van Maria, dit wordt gedaan omdat mensen in het boek denken dat Maria ook psychotisch is en het zo wat duidelijker wordt waarom ze dat beeld van haar hebben.
De flashbacks in dit boek maken het verhaal wel spannender, vooral omdat ze meestal heel gedetailleerd worden uitgeschreven. Deze flashbacks zijn heel belangrijk voor het verhaal.

De vertelde tijd van dit boek is ongeveer een half jaar, waarin heel veel gebeurd voor de hoofdpersoon. De verteltijd van dit boek is ongeveer 2 tot 3 uur. De vertelde tijd is dus veel langer dan de verteltijd, dit komt omdat er in het boek tijd wordt overgeslagen. Het is een heel spannend boek, dus heb je heel erg de neiging om het hele boek in een keer uit te lezen.


Mening
Ik had al eerder een boek van Saskia Noort gelezen en had daarom van te voren al een soort verwachting van dit boek. Het vorige boek wat ik van haar had gelezen, 'De verbouwing', vond ik super mooi geschreven. Door de manier waarop het verhaal geschreven wordt kom je echt in het verhaal te zitten, en als ik tegen mezelf zei dat ik nog een bladzijde zou lezen, dan werden dat er al snel meer. Ik vind Saskia Noort een hele mooie schrijfstijl hebben, hierdoor leef je echt mee met de verhalen die zij schrijft.
Een echte aanrader!


Bron: https://www.scholieren.com/boekverslag/60883

vrijdag 30 juni 2017

Leesautobiografie


Lezen doe ik al m’n hele leven en ik heb dat dan ook altijd met plezier gedaan. Van mijn ouders die mij voorlazen tot voorlezen aan de kleuters, ik was altijd met boeken bezig. In dit verslag ga ik vertellen over mijn ervaringen met het lezen en schrijven van boeken.

Toen ik net drie jaar was lazen we na het avondeten altijd uit de kinderbijbel. Mijn broer mocht altijd voorlezen, ik was het er niet mee eens dat ik niet mocht voorlezen. Hierdoor hebben mijn ouders mij het hele alfabet aangeleerd, zodat ik ook voor kon lezen. Ik begon buiten de kinderbijbel ook veel te lezen in boekjes als Maan, Roos, Vis en Het grote kabouterboek. In de kerk wilde ik niet meer naar de créche maar bleef liever in de dienst een boekje lezen, tijdens de dienst las ik vaak uit christelijke kleuterboekjes zoals: Jonah en de walvis en Vijf broden en twee vissen.
Naast dat ik zelf boeken las lazen mijn ouders mij vaak voor uit Pluk van de Petteflat, die ik van mijn oom en tante had gekregen.

Toen ik vier was ging ik naar de basisschool. Hier werden we door de juf wel voorgelezen, onderandere elke ochtend een dagopening. Ik mocht toen ik in groep twee zat al beginnen met
AVI-boekjes lezen, samen met één ander meisje uit mijn groep, terwijl de andere kinderen daar in groep drie pas mee begonnen. Begin groep vier had ik alle boekjes van AVI al uit, terwijl de meeste kinderen daar pas in groep zeven klaar mee waren. ik mocht mini-informatie boekjes lezen, hierin stonden achterin vragen die ik moest beantwoorden, een soort van begrijpend lezen. Ik vond dit zo leuk dat ik er echt heel veel in heb gelezen. Vanaf groep zes mocht ik ook uit de echte boeken van school lezen, mijn eerste boek op school was Snel-weg.
In groep acht mochten we in de pauzes of als we ons werk af hadden voorlezen aan de kleuters, wat ik maar al te graag deed. Na het verhaaltje gingen we een toneelstukje doen bij ht verhaaltje of gingen we er over tekenen.
Ditzelfde jaar deed ik mee aan de voorlees wedstijd, ik las voor uit afblijven. Een meisje uit mijn klas las voor uit Blauwe plekken, ze kon dit zo mooi voordragen en mocht daarom ook naar de bibliotheek om daar voor te lezen ‘tegen’ kinderen van andere scholen uit Heerenveen.

Toen ik naar de middelbare school ging moesten we boeken lezen voor Nederlands en daar verwerkingsopdrachten bij maken. Ik kwam mijn opdrachten afgelopen week nog tegen over de boeken ‘SMS’ en ‘Gebroken Soep’. In de tweede klas moesten we een foto-opdracht maken in tweetallen, ik las samen met Aïsha ‘De Leerling’ geschreven door Tess Gerritsen. In de eerste keer dat ik in de derde zat moesten we ‘Het Gouden Ei’ lezen en ook hier een fotoverhaal maken. In het jaar dat ik de derde overdeed moesten we hetzelfde boek nog eens lezen en er een verhaal bij maken.

Thuis las ik in mijn basisschooltijd veel uit de boeken van Carry Slee, Francine Ooms en Mary van der Valk. In klas twee heb ik ‘Haar naam was Sarah’ gelezen, ik vond dit een heel moeilijk boek om door te komen, maar ik was ook nog maar veertien. Daarna ben ik veel Engelse boeken gaan lezen, tussen mijn boeken staat er nog maar één die Nederlands is. al mijn hele leven doe ik dingen veel liever in het Engels dan in het Nederlands. Ik kan me beter inleven in de Engelse verhalen en de manier van schrijven van bijvoorbeeld John Green en Veronica Roth. Ze omschrijven de gevoelens van de hoofd- en bijpersonen zo dat je helemaal in het verhaal meegaat en zijn hierom ook een grote inspiratiebron voor mij om te schrijven. Want ja, ik schrijf. Ik ben via vriendinnen ooit op de site en app Wattpad gekomen, een plek waar iedereen zijn of haar verhalen kan delen en aan de rest van de wereld kan laten lezen. Ik schrijf vaak in het Engels en hoop altijd dat mensen ook door mijn verhalen worden geïnspireerd om ook te gaan schrijven.