vrijdag 30 juni 2017

Leesautobiografie


Lezen doe ik al m’n hele leven en ik heb dat dan ook altijd met plezier gedaan. Van mijn ouders die mij voorlazen tot voorlezen aan de kleuters, ik was altijd met boeken bezig. In dit verslag ga ik vertellen over mijn ervaringen met het lezen en schrijven van boeken.

Toen ik net drie jaar was lazen we na het avondeten altijd uit de kinderbijbel. Mijn broer mocht altijd voorlezen, ik was het er niet mee eens dat ik niet mocht voorlezen. Hierdoor hebben mijn ouders mij het hele alfabet aangeleerd, zodat ik ook voor kon lezen. Ik begon buiten de kinderbijbel ook veel te lezen in boekjes als Maan, Roos, Vis en Het grote kabouterboek. In de kerk wilde ik niet meer naar de créche maar bleef liever in de dienst een boekje lezen, tijdens de dienst las ik vaak uit christelijke kleuterboekjes zoals: Jonah en de walvis en Vijf broden en twee vissen.
Naast dat ik zelf boeken las lazen mijn ouders mij vaak voor uit Pluk van de Petteflat, die ik van mijn oom en tante had gekregen.

Toen ik vier was ging ik naar de basisschool. Hier werden we door de juf wel voorgelezen, onderandere elke ochtend een dagopening. Ik mocht toen ik in groep twee zat al beginnen met
AVI-boekjes lezen, samen met één ander meisje uit mijn groep, terwijl de andere kinderen daar in groep drie pas mee begonnen. Begin groep vier had ik alle boekjes van AVI al uit, terwijl de meeste kinderen daar pas in groep zeven klaar mee waren. ik mocht mini-informatie boekjes lezen, hierin stonden achterin vragen die ik moest beantwoorden, een soort van begrijpend lezen. Ik vond dit zo leuk dat ik er echt heel veel in heb gelezen. Vanaf groep zes mocht ik ook uit de echte boeken van school lezen, mijn eerste boek op school was Snel-weg.
In groep acht mochten we in de pauzes of als we ons werk af hadden voorlezen aan de kleuters, wat ik maar al te graag deed. Na het verhaaltje gingen we een toneelstukje doen bij ht verhaaltje of gingen we er over tekenen.
Ditzelfde jaar deed ik mee aan de voorlees wedstijd, ik las voor uit afblijven. Een meisje uit mijn klas las voor uit Blauwe plekken, ze kon dit zo mooi voordragen en mocht daarom ook naar de bibliotheek om daar voor te lezen ‘tegen’ kinderen van andere scholen uit Heerenveen.

Toen ik naar de middelbare school ging moesten we boeken lezen voor Nederlands en daar verwerkingsopdrachten bij maken. Ik kwam mijn opdrachten afgelopen week nog tegen over de boeken ‘SMS’ en ‘Gebroken Soep’. In de tweede klas moesten we een foto-opdracht maken in tweetallen, ik las samen met Aïsha ‘De Leerling’ geschreven door Tess Gerritsen. In de eerste keer dat ik in de derde zat moesten we ‘Het Gouden Ei’ lezen en ook hier een fotoverhaal maken. In het jaar dat ik de derde overdeed moesten we hetzelfde boek nog eens lezen en er een verhaal bij maken.

Thuis las ik in mijn basisschooltijd veel uit de boeken van Carry Slee, Francine Ooms en Mary van der Valk. In klas twee heb ik ‘Haar naam was Sarah’ gelezen, ik vond dit een heel moeilijk boek om door te komen, maar ik was ook nog maar veertien. Daarna ben ik veel Engelse boeken gaan lezen, tussen mijn boeken staat er nog maar één die Nederlands is. al mijn hele leven doe ik dingen veel liever in het Engels dan in het Nederlands. Ik kan me beter inleven in de Engelse verhalen en de manier van schrijven van bijvoorbeeld John Green en Veronica Roth. Ze omschrijven de gevoelens van de hoofd- en bijpersonen zo dat je helemaal in het verhaal meegaat en zijn hierom ook een grote inspiratiebron voor mij om te schrijven. Want ja, ik schrijf. Ik ben via vriendinnen ooit op de site en app Wattpad gekomen, een plek waar iedereen zijn of haar verhalen kan delen en aan de rest van de wereld kan laten lezen. Ik schrijf vaak in het Engels en hoop altijd dat mensen ook door mijn verhalen worden geïnspireerd om ook te gaan schrijven.

Spijkerschrift: personages en perspectief

Geschreven door: Kader Abdolah

Samenvatting
Het boek begint met een tekst uit de koran (Spelonk) over een groep mannen die toevlucht zochten in een grot, in slaap vielen en 300 jaar later weer wakker werden. Alles is veranderd als ze naar buiten gaan.
Het verhaal over Aga Akbar begint bij zijn moeder (Hadjar). Ze krijgt kinderen van een edelman. Omdat ze niet getrouwd is met hem, zijn de kinderen onechtelijk en dragen ze niet zijn naam. Als Aga Akbar geboren wordt en blijkt dat hij doofstom is, leert Hadjar hem een simpele gebarentaal. Ook gaat zij naar de edelman om diens adellijke naam te vragen voor haar doofstomme zoon. Aga Akbar krijgt deze naam onder de voorwaarde dat hij nooit een erfdeel zal halen, hij heet nu Aga Akbar Mahmoede Gazanwieje Gorasani. Hadjar sterft na een ziekte en Aga Akbar wordt opgevangen door zijn oom, die dichter is. Deze oom, genaamd Kazem Gan, brengt hem de kunst bij van het spijkerschrift omdat hij beseft dan Aga Akbar een kunstenaar en een dichter is en zijn gedachten moet kunnen opschrijven. Aga Akbar houdt vanaf die tijd zijn hele leven een dagboek bij. Akbar wordt verliefd op een hoertje waar hij regelmatig naar toe gaat. De familie vindt dit niet goed en gaan op zoek naar een geschikte echtgenoot. Via een koppelaarster vinden ze een vrouw voor hem. Ze trouwen, maar de jonge vrouw sterft in de huwelijksnacht. Na een aantal jaar ontmoet Kazem Gan van Akbar het meisje Tine. Zij is een merkwaardige vrouw die bezig is haar eigen vader te beschermen tegen opium, iets wat Kazem Gan vaak gebruikte. Kazem Gan vraagt Tine om met Aga Akbar te trouwen. Niet lang daarna gebeurt dit inderdaad en samen schenken ze leven aan vier kinderen. Het eerste kind is een zoon; Ismaiel. Hij wordt door de samenleving gezien als ‘de mond van zijn vader’: hij zal altijd bij zijn vader in de buurt moeten zijn om voor hem te zorgen en te tolken. Daarna volgen nog drie dochters. De jongste dochter wordt Goudklokje genoemd en is een echt vaderskind. Als de familie naar de stad verhuist, komt Ismaiel in contact met het verzet tegen de regerende sjah. Hij gaat studeren in de stad Teheran en ontwikkelt zich steeds verder. Het contact tussen Ismaiel en zijn vader Aga Akbar vervaagt, de oorzaak ligt in het verschil van wereldkennis. Ismaiel probeert zijn vader te vertellen over de wereld, over het heelal en over zijn geloof, maar Akbar begrijpt hem niet. Aga Akbar heeft een tapijtenwinkeltje opgezet, iets dat veel voor hem betekent. In dit winkeltje verstopt Ismaiel een belangrijke verzetsvrouw. Djamila (deze vrouw) wordt ziek en wordt door Tine thuis verzorgd. Voor Ismaiel wordt in deze periode duidelijk dat zijn zusje Goudklokje ook in het verzet zit. Maar hij zwijgt hierover tegen haar en tegen zijn familie.
Onder druk van de Amerikanen verdwijnt de sjah van het beeld en hij wordt opgevolgd door een geestelijke, Khomeini. In het begin lijkt alles goed te gaan en de partij van Ismaiel wordt gedoogd. Maar dan val Irak het land aan. In de chaos van bombardementen op Teheran worden er partijleden opgepakt. De partij wordt genoodzaakt ondergronds te gaan, zoals voorheen. Ismaiel krijgt de verantwoordelijkheid over de partijkrant. Het is zeer gevaarlijk werk en het wordt almaar gevaarlijker naarmate er meer partijleden worden opgepakt. Ismaiel is inmiddels getrouwd en heeft een dochter. Hij stuurt zijn vrouw en dochter naar zijn familie. De band tussen Aga Akbar en Ismaiel was verslechterd, maar als Ismaiel besluit om het land uit te vluchten, herstelt de oude band zich. Nog een keer treft Ismaiel zijn vader op weg naar de moskee, Akbar geeft Ismaiel zijn jas en stuurt hem de bergen in. Ismaiel belandt uiteindelijk in Nederland. Als Ismaiel weg is, hoort hij dat Goudklokje wordt vermist. Per telefoon komt hij te weten dat Goudklokje waarschijnlijk is geëxecuteerd: maar er is een kans dat ze uit de gevangenis ontsnapt is, samen met enkele anderen. Aga Akbar gaat haar zoeken in de bergen. Men denkt dat hij de vluchtelingen een grot heeft gewezen met voedsel en dekens. Aga Akbar wordt in het begin van de lente gevonden in de sneeuw. Van Goudklokje wordt nooit meer wat vernomen.
De verteller eindigt met de toespeling dat Goudklokje in dezelfde grot zit als de mannen uit het verhaal uit de Koran. Hij maakt de toespeling dat Goudklokje over 300 jaar wakker wordt en dan ziet dat alles anders is. 


Personages:
In Spijkerschrift draait het grootste deel van het verhaal om Aga Akbar, maar ook zijn zoon Ismaiel speelt een grote rol in het verhaal. Aga Akbar is een doofstomme man, hij heeft een dagboekje, hierin schrijft hij alles in spijkerschrift op. Het is voor iedereen moeilijk om te communiceren met Aga, omdat hij alleen een soort gebarentaal kan. Ismaiel probeert de verhalen van zijn vader te vertalen, maar dit gaat nogal moeilijk omdat hij nooit spijkerschrift heeft leren lezen.
Qua uiterlijk is Aga een redelijk normale man. Aga heeft wel een ander karakter dan de meeste mensen in het boek. Doordat hij doofstom is heeft hij nooit veel met mensen gecommuniceerd, hierdoor is hij een erg stille(haha) man. Aga is zijn in zijn leven heel afhankelijk van alle mensen om hem heen. Hij heeft heel weinig kennis omdat hij nooit naar school is gegaan.
In dit verhaal is niet echt een tegenstander aanwezig, dit maakt dat er ook niet echt een helper nodig is.

Perspectief:
Het verhaal is eigenlijk in drie delen verdeeld; in het eerste en het laatste gedeelte is een alwetende verteller aanwezig. Dit wordt op pagina 10 al duidelijk gemaakt: “We zijn met z'n tweeën. Ismaiel en ik. Ik ben de alwetende verteller. Ismaiel is de zoon van Aga Akbar die doofstom was.
Hoewel ik alwetend ben, kan ik Aga Akbars notities helaas niet lezen. Ik vertel alleen het gedeelte van het verhaal totdat Ismaiel geboren wordt. De rest laat ik hem zelf vertellen. Maar aan het einde kom ik terug, want Ismaiel kan het laatste deel van zijn vaders notities niet ontcijferen.”
Hieruit kan je ook terughalen dat in het tweede gedeelte Ismaiel het verhaal vertelt. Van Aga Akbar krijgen we geen perspectief te zien, maar in zijn notities vertelt hij wel over zijn leven.
Door de alwetende verteller weten we heel veel details van alle gebeurtenissen, we zijn bij alles aanwezig. Het is heel fijn dat niet bij elke nieuwe gebeurtenis een nieuw perspectief wordt gebruikt, dat zou alleen maar afleiden.


Mening:
Ik vond dit een van de beste boeken die ik tot nu toe heb gelezen. Het verhaal is makkelijk om te lezen, het was vaak ook moeilijk om het boek weg te leggen. Van te voren leek het boek me niet heel interessant, maar dat had ik helemaal fout. Het boek neemt je helemaal mee in het verhaal en ik zou dit boek zeker aanraden aan iedereen.

woensdag 21 juni 2017

De 'Jongeren Literatuurprijs' voor Spijkerschrift.

Volkskrant 31 juni 2017

Dit jaar heeft Spijkerschrift, een prachtig werk van Kader Abdolah, niet de Jongeren Literatuurprijs gewonnen, en ik ben het er niet mee eens.
Iedereen heeft er wel een: een lievelings boek, het boek die je steeds weer kan lezen en je krijgt er nooit genoeg van. Dat boek moet natuurlijk niet te moeilijk zijn om te lezen, want het liefst lezen we hem in een keer uit. Het verhaal moet niet te eentonig zijn, want als het alleen maar over een onderwerp gaat raken we snel ongeïnteresseerd, toch?
Als je 'Spijkerschrift' begint te lezen ben je meteen om, dit boek heeft het allemaal.
Het boek gaat over Aga Akbar, een doofstomme man, en zijn zoon Ismaiel. Aga leert spijkerschrift en houdt hiermee een dagboekje bij. Ismaiel probeert dit te vertalen om er zo achter te komen hoe zijn vader in het leven staat. Wanneer alles voor Ismaiel fout dreigt te gaan vlucht hij naar Nederland.

Het verhaal gaat niet alleen over de vader van de schrijver, maar er wordt ook geschreven over het leven in een dorpje bij de Saffraanberg. Dit zorgt voor afwisseling en de keuze van de schrijver om dit te doen was heel slim; het houdt de lezer vast en laat het niet eentonig zijn. Maar daar laat de schrijver het niet bij, want hij gebruikt ook veel citaten van Perzische en Nederlandse dichters.
Het verhaal leest heel makkelijk. In niet te lange zinnen, die Aga Akbar zelf ook had kunnen begrijpen, wordt je meegenomen in het leven van Aga en Ismaiel. Op 34-jarige leeftijd kwam schrijver Abdolah in Nederland wonen.
Vaak zou je dan denken dat er veel taalfouten in zitten en dat het boek hierdoor minder snel leest. Maar bij Abdolah geldt dat niet, toen hij in Nederland kwam heeft hij meteen o.a. Een jaar Neerlandistiek gestudeerd, vlak daarna bracht hij ook al zijn eerste boek uit.
Zo wordt in een recensie op Hotel Boekenlust geschreven: 'Ik heb veel bewondering voor deze schrijver, niet alleen als meesterverteller, maar ook hoe hij zich onze taal, het Chinees van het Westen, eigen weet te maken en daar zulke mooie boeken mee weet te schrijven.'
Niet alleen heeft hij in die tijd Nederlands gestudeerd, maar ook heeft hij Nederland heel goed geobserveerd. Hierdoor weet hij alles wat hij over Nederland schrijft heel echt over te laten komen. En omdat hij zelf ook dingen als het verzet heeft meegemaakt weet hij dat ook heel mooi over te brengen.

'Spijkerschrift' heeft alles voor het perfecte boek. Het verhaal over een doofstomme man en zijn zoon neemt je in heel veel gebeurtenissen mee. Het is bijzonder hoe iemand die tot zijn vierendertigste nooit Nederlands heeft gesproken of gehoord, je zo goed mee kan nemen in zijn verhaal over hem en zijn vader.


Bron: www.hotel-boekenlust.nl/bibliotheek/548-Kader-Abdolah-Spijkerschrift.html