vrijdag 30 juni 2017

Spijkerschrift: personages en perspectief

Geschreven door: Kader Abdolah

Samenvatting
Het boek begint met een tekst uit de koran (Spelonk) over een groep mannen die toevlucht zochten in een grot, in slaap vielen en 300 jaar later weer wakker werden. Alles is veranderd als ze naar buiten gaan.
Het verhaal over Aga Akbar begint bij zijn moeder (Hadjar). Ze krijgt kinderen van een edelman. Omdat ze niet getrouwd is met hem, zijn de kinderen onechtelijk en dragen ze niet zijn naam. Als Aga Akbar geboren wordt en blijkt dat hij doofstom is, leert Hadjar hem een simpele gebarentaal. Ook gaat zij naar de edelman om diens adellijke naam te vragen voor haar doofstomme zoon. Aga Akbar krijgt deze naam onder de voorwaarde dat hij nooit een erfdeel zal halen, hij heet nu Aga Akbar Mahmoede Gazanwieje Gorasani. Hadjar sterft na een ziekte en Aga Akbar wordt opgevangen door zijn oom, die dichter is. Deze oom, genaamd Kazem Gan, brengt hem de kunst bij van het spijkerschrift omdat hij beseft dan Aga Akbar een kunstenaar en een dichter is en zijn gedachten moet kunnen opschrijven. Aga Akbar houdt vanaf die tijd zijn hele leven een dagboek bij. Akbar wordt verliefd op een hoertje waar hij regelmatig naar toe gaat. De familie vindt dit niet goed en gaan op zoek naar een geschikte echtgenoot. Via een koppelaarster vinden ze een vrouw voor hem. Ze trouwen, maar de jonge vrouw sterft in de huwelijksnacht. Na een aantal jaar ontmoet Kazem Gan van Akbar het meisje Tine. Zij is een merkwaardige vrouw die bezig is haar eigen vader te beschermen tegen opium, iets wat Kazem Gan vaak gebruikte. Kazem Gan vraagt Tine om met Aga Akbar te trouwen. Niet lang daarna gebeurt dit inderdaad en samen schenken ze leven aan vier kinderen. Het eerste kind is een zoon; Ismaiel. Hij wordt door de samenleving gezien als ‘de mond van zijn vader’: hij zal altijd bij zijn vader in de buurt moeten zijn om voor hem te zorgen en te tolken. Daarna volgen nog drie dochters. De jongste dochter wordt Goudklokje genoemd en is een echt vaderskind. Als de familie naar de stad verhuist, komt Ismaiel in contact met het verzet tegen de regerende sjah. Hij gaat studeren in de stad Teheran en ontwikkelt zich steeds verder. Het contact tussen Ismaiel en zijn vader Aga Akbar vervaagt, de oorzaak ligt in het verschil van wereldkennis. Ismaiel probeert zijn vader te vertellen over de wereld, over het heelal en over zijn geloof, maar Akbar begrijpt hem niet. Aga Akbar heeft een tapijtenwinkeltje opgezet, iets dat veel voor hem betekent. In dit winkeltje verstopt Ismaiel een belangrijke verzetsvrouw. Djamila (deze vrouw) wordt ziek en wordt door Tine thuis verzorgd. Voor Ismaiel wordt in deze periode duidelijk dat zijn zusje Goudklokje ook in het verzet zit. Maar hij zwijgt hierover tegen haar en tegen zijn familie.
Onder druk van de Amerikanen verdwijnt de sjah van het beeld en hij wordt opgevolgd door een geestelijke, Khomeini. In het begin lijkt alles goed te gaan en de partij van Ismaiel wordt gedoogd. Maar dan val Irak het land aan. In de chaos van bombardementen op Teheran worden er partijleden opgepakt. De partij wordt genoodzaakt ondergronds te gaan, zoals voorheen. Ismaiel krijgt de verantwoordelijkheid over de partijkrant. Het is zeer gevaarlijk werk en het wordt almaar gevaarlijker naarmate er meer partijleden worden opgepakt. Ismaiel is inmiddels getrouwd en heeft een dochter. Hij stuurt zijn vrouw en dochter naar zijn familie. De band tussen Aga Akbar en Ismaiel was verslechterd, maar als Ismaiel besluit om het land uit te vluchten, herstelt de oude band zich. Nog een keer treft Ismaiel zijn vader op weg naar de moskee, Akbar geeft Ismaiel zijn jas en stuurt hem de bergen in. Ismaiel belandt uiteindelijk in Nederland. Als Ismaiel weg is, hoort hij dat Goudklokje wordt vermist. Per telefoon komt hij te weten dat Goudklokje waarschijnlijk is geëxecuteerd: maar er is een kans dat ze uit de gevangenis ontsnapt is, samen met enkele anderen. Aga Akbar gaat haar zoeken in de bergen. Men denkt dat hij de vluchtelingen een grot heeft gewezen met voedsel en dekens. Aga Akbar wordt in het begin van de lente gevonden in de sneeuw. Van Goudklokje wordt nooit meer wat vernomen.
De verteller eindigt met de toespeling dat Goudklokje in dezelfde grot zit als de mannen uit het verhaal uit de Koran. Hij maakt de toespeling dat Goudklokje over 300 jaar wakker wordt en dan ziet dat alles anders is. 


Personages:
In Spijkerschrift draait het grootste deel van het verhaal om Aga Akbar, maar ook zijn zoon Ismaiel speelt een grote rol in het verhaal. Aga Akbar is een doofstomme man, hij heeft een dagboekje, hierin schrijft hij alles in spijkerschrift op. Het is voor iedereen moeilijk om te communiceren met Aga, omdat hij alleen een soort gebarentaal kan. Ismaiel probeert de verhalen van zijn vader te vertalen, maar dit gaat nogal moeilijk omdat hij nooit spijkerschrift heeft leren lezen.
Qua uiterlijk is Aga een redelijk normale man. Aga heeft wel een ander karakter dan de meeste mensen in het boek. Doordat hij doofstom is heeft hij nooit veel met mensen gecommuniceerd, hierdoor is hij een erg stille(haha) man. Aga is zijn in zijn leven heel afhankelijk van alle mensen om hem heen. Hij heeft heel weinig kennis omdat hij nooit naar school is gegaan.
In dit verhaal is niet echt een tegenstander aanwezig, dit maakt dat er ook niet echt een helper nodig is.

Perspectief:
Het verhaal is eigenlijk in drie delen verdeeld; in het eerste en het laatste gedeelte is een alwetende verteller aanwezig. Dit wordt op pagina 10 al duidelijk gemaakt: “We zijn met z'n tweeën. Ismaiel en ik. Ik ben de alwetende verteller. Ismaiel is de zoon van Aga Akbar die doofstom was.
Hoewel ik alwetend ben, kan ik Aga Akbars notities helaas niet lezen. Ik vertel alleen het gedeelte van het verhaal totdat Ismaiel geboren wordt. De rest laat ik hem zelf vertellen. Maar aan het einde kom ik terug, want Ismaiel kan het laatste deel van zijn vaders notities niet ontcijferen.”
Hieruit kan je ook terughalen dat in het tweede gedeelte Ismaiel het verhaal vertelt. Van Aga Akbar krijgen we geen perspectief te zien, maar in zijn notities vertelt hij wel over zijn leven.
Door de alwetende verteller weten we heel veel details van alle gebeurtenissen, we zijn bij alles aanwezig. Het is heel fijn dat niet bij elke nieuwe gebeurtenis een nieuw perspectief wordt gebruikt, dat zou alleen maar afleiden.


Mening:
Ik vond dit een van de beste boeken die ik tot nu toe heb gelezen. Het verhaal is makkelijk om te lezen, het was vaak ook moeilijk om het boek weg te leggen. Van te voren leek het boek me niet heel interessant, maar dat had ik helemaal fout. Het boek neemt je helemaal mee in het verhaal en ik zou dit boek zeker aanraden aan iedereen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten